Minister discrimineert woonwagenbewoners vanwege ‘nuloptie’

Gepubliceerd op 2 mei 2017 door Het Wiel

De gewraakte brochure waarin het opheffen van woonwagenstandplaatsen van overheidswege wordt gelegitimeerd.

Het College voor de Rechten van de Mens heeft in een zaak aangespannen door de Woonwagenbewonersvereniging Gouda een bijzondere uitspraak gedaan. Volgens het college discrimineert de minister van Binnenlandse Zaken woonwagenbewoners door in een handreiking voor gemeenten de zogeheten ‘nuloptie’ op te nemen, ook wel uitsterfbeleid genoemd. De handreiking, Werken aan woonwagenlocaties, is inmiddels van de website van de overheid verwijderd.

In 2006 bracht het ministerie van VROM de handreiking Werken aan woonwagenlocaties uit. In de brochure worden gemeenten een aantal beleidsopties gegeven voor woonwagenlocaties. De eerst genoemde optie is de zogeheten ‘nuloptie’: alle woonwagenstandplaatsen worden (uiteindelijk) opgeheven. In de brochure staat letterlijk: “De gemeente kan een passief nuloptiebeleid voeren (vrijkomende standplaatsen verwijderen), of een actief beleid (de bewoners andere wijze van huisvesting bieden).” De tweede optie die gemeente wordt voorgelegd is afbouwbeleid: het verminderen van het aantal woonwagenstandplaatsen tot een kleine ‘kernvoorraad’.

Bron

Volgens de Woonwagenbewonersvereniging Gouda is de handreiking de bron voor het discriminerende beleid van sommige gemeenten ten aanzien van woonwagenbewoners. Zij heffen alle standplaatsen op of verminderen deze waardoor woonwagenbewoners niet meer kunnen leven volgens hun cultuur: in woonwagens in familieverband.

Tijdens de zitting bij het College betwist de minister, bij monde van een juridisch adviseur en beleidsmedewerker, dat hij heeft aangezet tot discriminerend huisvestingsbeleid. De brochure zou alleen bedoeld zijn voor gemeenten met handhavingsproblemen op woonwagenlocaties. En de nuloptie zou alleen gerechtvaardigd zijn voor die woonwagenlocaties waar grote handhavingsproblemen zijn en die een zogenoemde ‘vrijplaats’ zijn. Bovendien heeft de handreiking geen juridische status, stellen de woordvoerders van de minister van Binnenlandse zaken, “het is slechts een brochure”.
Het College voor de Rechten van de Mens ziet dat toch anders. De handreiking mag dan zijn opgesteld in het kader van handhaving, de inhoud ervan strekt verder dan dat. “In het document is nadrukkelijk een concreet huisvestingsbeleid geformuleerd voor woonwagenbewoning. ” Bovendien heeft de handreiking ruim tien jaar lang als document gegolden voor gemeenten om huisvestingsbeleid voor woonwagenbewoners te formuleren, aldus het College.
 

Discriminerende beleidsoptie

Ten aanzien van de vraag van de Woonwagenbewonersvereniging Gouda oordeelt het College dat de nuloptie discriminerend is voor woonwagenbewoners. Het leidt er immers toe dat huisvesting in woonwagens verdwijnt en tast zo de kern van de woonwagencultuur aan. “Door de nuloptie als beleidsvariant te noemen, heeft verweerder niet alleen onderscheid makend woonwagenbeleid door gemeenten in de hand gewerkt, maar dit ook op voorhand gelegitimeerd”, oordeelt het College.

Over het afbouwbeleid – het verminderen van het aantal woonwagenstandplaatsen tot een kleine ‘kernvoorraad’ – kan het College niet in algemene zin een oordeel vellen. Van belang is of door kleinere woonwagenlocaties de essentie van de woonwagencultuur verdwijnt. “Over de vraag of dat zo is kan geen algemene uitspraak worden gedaan omdat dit afhangt van de concrete situatie.”

Landelijk tekort

De Woonwagenvereniging Gouda had het College ook verzocht uitspraak te doen over het landelijke volkshuisvestingsbeleid. Omdat er landelijk een tekort bestaat aan woonwagenstandplaatsen, wil de vereniging graag dat er bepalingen worden opgenomen in de Huisvestingswet of Woningwet of andere maatregelen getroffen worden om gemeenten te laten zorgen voor voldoende woonwagenstandplaatsen. Het College kon over die vraag geen uitspraak doen. De landelijke overheid maakt namelijk zelf geen huisvestingsbeleid meer, alle volkshuisvestingstaken zijn  gedecentraliseerd is naar gemeenten.

Het College voor de Rechten van de Mens heeft inmiddels al wel diverse gemeenten op de vingers getikt omdat zij een uitsterfbeleid voeren voor woonwagenstandplaatsen. Een aantal gemeenten hebben hun beleid daarop ook aangepast.

 

NJCM / PILP

De Woonwagenvereniging Gouda heeft bij haar zaak steun gekregen van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) in het kader van haar Public Interest Litigation Project (PIlP). In een uitgebreide opiniebrief zijn het NJCM en PILP ingegaan op de richtlijnen voor woonwagenbeleid die de Rijksoverheid de gemeenten heeft gegeven.
PILP bracht eerder het woonwagenbeleid van de gemeente Oss voor de rechter. Ook Oss voerde een uitsterfbeleid voor woonwagenstandplaatsen. De gemeente heeft dat beleid inmiddels losgelaten, maar het nieuwe woonwagenbeleid behelst nog steeds opheffing van een aantal locaties, zeer tegen de zin van de bewoners die daar wonen. De zaak van Oss is overigens nog steeds onder de rechter omdat de gemeente in hoger beroep is gegaan.

Het volledige oordeel van het College voor de Rechten van de Mens leest u hier.

Delen op social media

Reacties

  1. Ik heb jaren bij het Lowv en de woonwagenkrant gewerkt ik weet als geen ander wat er gebeurt is, ze zijn al veel jaren met het uitstervingsbeleid bezig wwb hebben weinig rechten wat mij het meeste steekt is als er ergens iets gebeurd wordt er altijd wwb bij gezegd en als het om andere bepaalde groepen gaat wordt dat verzwegen ik woon nu zelf in een buurt word vaak gediscrimineerd het komt waarschijnlijk dat wij weinig bellen na het discriminatie meldpunt, er wordt met twee maten gemeten er zijn ook goede gemeenten zoals Zeist daar zouden ze is een kijkje moeten nemen en daar is kijken hoe ze daar mee omgaan.

Copyright © Het Wiel 2016 - Alle rechten voorbehouden. Het Wiel, Postbus 2011, 3500 GA Utrecht. Tel. 030-2933863