Overnemen standplaats… geen kwestie van onderling even regelen

Gepubliceerd op 23 oktober 2013 door Het Wiel

Er wordt nog steeds erg veel gebeld met vragen over het overnemen van stand plaatsen van vertrekkende familieleden of onlangs overleden familieleden. Omdat er zo´n groot tekort aan standplaatsen is zal dit probleem zich alleen nog maar vaker gaan voordoen. Er wordt nog steeds erg veel gebeld met vragen over het overnemen van stand plaatsen van vertrekkende familieleden of onlangs overleden familieleden. Omdat er zo´n groot tekort aan standplaatsen is zal dit probleem zich alleen nog maar vaker gaan voordoen. Hoe minder te verdelen, hoe belangrijker het is om een standplaats te behouden of te bemachtigen. 

Hoe zit dat nu wettelijk?De wet is onlangs geheel vernieuwd en ik zal u per onder werp aangeven hoe een en ander is geregeld. Als u beschikt over een internetverbinding dan kunt u via rechtspraak.nl op de hoogte raken van alle nieuwe uitspraken, ook op het gebied van het huurrecht. Als u wilt weten hoe de kantonrechters bij u in de buurt er over denken dan kunt u naar de site van dit kantongerecht en bij uitspraken vinden wat u zoekt. U zult daar niet erg vrolijk van worden want de rechtspraak is erg streng in dit soort zaken.

Tekort
Er is in Nederland niet alleen een tekort aan standplaatsen maar ook aan betaalbare huur- en koopwoningen. De wetgever heeft daarom strenge regels ingevoerd om te voorkomen dat de verdeling van deze schaarse woonruimte op een oneerlijke manier plaatsvindt. De wetgever heeft grip willen houden op de toewijzing van woonruimte en ook van standplaatsen. Dat blijkt uit het feit dat er voor veel standplaatsen vergunningen nodig zijn op grond van de Huisvestingswet. Gemeenten kunnen in hun huisvestingsverordening regels stellen die gelden voor de toewijzing van stand plaatsen. Als er in uw gemeente dergelijke regels gelden dan kunt u pas een standplaats huren als u over een dergelijke vergunning beschikt.
Het bezit van een huisvestingsvergunning is ook van belang voor het antwoord op de vraag of iemand een huurover eenkomst kan voortzetten indien er sprake is van overlijden of vertrek van de hoofdhuurder en er geen sprake is van mede huurderschap.

Hoofdhuurder of medehuurder
De hoofdhuurder is degene waarmee de verhuurder het huurcontract heeft afgesloten. Diens naam staat dus in dat contract en zijn handtekening staat er onder. Medehuurder kun je vanzelf zijn zonder dat je hier iets voor hoeft te doen. Je bent vanzelf medehuurder (van rechtswege) als je gehuwd bent met de hoofdhuurder of een geregistreerd partnerschap bent aangegaan. Je moet dan ook wel op dat adres wonen. Het maakt daarbij niet uit of je na het afsluiten van de huurovereen komst getrouwd bent of je hebt laten registreren of daarvoor. Als de hoofdhuurder dan zou vertrekken of overlijden dan wordt de medehuurder vanzelf hoofdhuurder.

Aanvragen medehuurderschap
Als je met iemand anders samenwoont dan kun je de ver huurder vragen medehuurder te mogen worden. Dat kan alleen als je dit samen aanvraagt en aan een aantal voorwaarden kunt voldoen. Je moet al op hetzelfde adres samenwonen en een duurzame gemeenschappelijke huishouding hebben. Als de verhuurder binnen drie maanden geen beslissing neemt dan kunt u naar de kantonrechter met het verzoek het medehuurderschap te verlenen. De rechter kijkt dan naar de volgende punten. Woont u al meer dan twee jaar samen en voerde u gedurende deze periode een gemeenschappelijke huishouding gericht op duurzaamheid.
In dat laatste zit hem het probleem. Algemeen gesproken wordt de duurzaamheid slechts aangenomen als er sprake is van levenspartners. Het maakt dan natuurlijk niet uit of dat twee mannen of vrouwen zijn of mensen van verschillend geslacht. Wel maakt het uit voor inwonende kinderen. Die voeren namelijk in principe geen gemeenschappelijke huishouding met hun ouders die gericht is op de toekomst. Kinderen gaan normaal gesproken de wagen uit om een eigen leven te gaan voeren. Dat is slechts in zeer uitzonderlijke gevallen anders.
Normaal gesproken erkent de rechter dit niet als duurzame gemeenschappelijke huishouding.

De rechter wijst het verzoek ook af als het overduidelijk is dat dit verzoek alleen gedaan is om de medehuurder op korte termijn tot huurder te maken. Dat kan indien de huurder bijvoorbeeld al andere woonruimte heeft gekregen of op korte termijn opgenomen moet worden in een verzorgingshuis.
Daarnaast dient de medehuurder voldoende inkomen te hebben daar de medehuurder naast de huurder aansprakelijk is voor het betalen van de huurpenningen.

Na overlijden
Na het overlijden van de huurder zet de medehuurder de huurovereenkomst als huurder voort. Hij of zij kan de huur wel binnen zes maanden opzeggen met een opzegtermijn van één maand ongeacht de overeenkomst. Als na overlijden iemand in de woning verblijft die niet als medehuurder wordt aangemerkt dan ontstaat er een andere situatie. Als deze persoon een duurzame gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd dan zet hij of zij de huur voort voor een periode van zes maanden. Als deze persoon langer wil huren dan moet hij of zij een vordering indienen bij de kan­tonrechter. Ook dan moet je voldoen aan allerlei eisen. Er moet sprake geweest zijn van een duurzame gemeenschappelijke huishouding, er moeten voldoende financiële middelen zijn en er moet een huisvestingsvergunning overgelegd worden als dat van toepassing is. Als er niemand is die de huur voortzet dan eindigt de huur overeenkomst na twee maanden vanzelf. Erfgenamen kunnen de huur tegen het eind van de eer ste maand na het overlijden van de huurder beëindigen.

Duurzame gemeenschappelijke huishouding
Hier draait het allemaal om. Tussen ouders en kinderen wordt dit vrijwel nooit aangenomen en tussen grootouders en kleinkinderen slechts bij hoge uitzondering. Tussen broer en zus zal het alleen maar geaccepteerd worden als blijkt van een langdurige samenwoning. Volgens de jurisprudentie moeten bij het beantwoorden van de vraag of er sprake is van duurzaamheid alle omstandigheden van het geval worden afgewogen. Het gaat er om of iemand ook de bedoeling gehad heeft om duurzaam te gaan samenwonen. Kortom, erg makkelijk wordt dit niet aangenomen. 

door: Sjoerd Jaasma, advocaat woonwagenzaken
Het Wiel 5-2004

Delen op social media

Reacties zijn gesloten.

Copyright © Het Wiel 2016 - Alle rechten voorbehouden. Het Wiel, Postbus 595, 3700 AN Zeist. Tel. 030-2933863